Eupatorium coelestinum

Plant info

Snelle feiten

  • Botanische benaming: Eupatorium coelestinum
  • Familie:
  • Herkomst:

Instructies

  • Aanplantinstructies

    Aanplantinstructie

    Vraag je je af hoe je jouw boom het beste kunt aanplanten? Lees het volgende stappenplan goed door en ga aan de slag met je nieuwe aanwinst, boompalen, schop en niet te vergeten… de tuinslang of gieter. Ook kun je onze instructievideo, waar we alle stappen nog eens doorlopen, bekijken. Mocht je toch nog vragen hebben over hoe je jouw boom nu het beste kunt planten? Neem gerust contact op met één van onze specialisten.

    Stap 1
    – Standplaats analyse
    Om de hergroei van de boom te laten slagen is het raadzaam om goed rekening te houden met de standplaats. Neem hierbij de grondsoort, windgevoeligheid en winterhardheid in acht, kijk goed om je heen of er eventueel nog andere factoren zijn die de hergroei van de boom kunnen beïnvloeden. Betreft de grondsoort, controleer voor het planten de grond op verdichting of storende lagen. Bij bijvoorbeeld nieuwbouw kan de grond dicht gereden zijn, hierdoor is er te weinig lucht aanwezig in de grond en kan water niet goed afvloeien. Wortels zullen verstikken en uiteindelijk wegrotten. Dit is te voorkomen door de bodem goed los te spitten en een ruim plantgat te maken (zie stappenplan). Ten slotte is het ook van belang dat de standplaats over genoeg ruimte beschikt die past bij de volwassengrootte van de plantsoort.

    Stap 2 – Verplantingssnoei toepassen
    Tijdens het rooien van een boom gaan er veel wortels verloren, dit omdat de wortels van de boom afgestoken worden. Om de boom een zo’n goed mogelijke kans te geven op de juiste hergroei, is het van belang dat de kroon en wortelverpakking in evenwicht zijn. Om deze reden adviseren we om de kroon net voor of na het planten (tip: voor het planten kun je nog makkelijk de kroon bereiken) bij te snoeien, op deze manier zorg je ervoor dat de kroon en wortel hoeveelheid weer in evenwicht is. Daarbij zorgt dit goede balans er ook voor dat de boom beter bestand is tegen droogte in warmere perioden. Aarzel niet, de kroon mag gerust flink teruggesnoeid worden (1/3de deel van de takken), een goede verplantingssnoei zorgt namelijk enkel voor groei.


    Stap 3 – Aanplantmaterialen en gereedschap selecteren
    Om de boom het beste aan te planten heb je het juiste gereedschap en materiaal nodig.

    • Gieter of tuinslang
    • Nijptang
    • Grondboor
    • Meetlat of rolmeter
    • Schop
    • Snoeischaar
    • Hamer
    • Aanplantgrond
    • Boombanden en spijkers
    • Boompalen


    Betreft de aanplantgrond is reguliere potgrond het meest geschikt voor het grootste deel van onze planten. Deze potgrond is namelijk organisch, laat genoeg zuurstof door en geeft genoeg ruimte voor de wortels om uit te gaan groeien. Wij adviseren per boom circa één zak (45L) aanplantgrond te gebruiken. Voor zuurminnende bomen en planten (zoals bijvoorbeeld Rhododendron, Hortensia, Pieris, Skimmia en heideplanten) adviseren we tuinturf (70L per zak). Door de aanplantgrond te mengen met de bestaande grond komt er meer humus in de grond en wordt het geheel luchtiger. Dit laatste is erg belangrijk voor het doorlaten van water in de bodem.
    Let op: gebruik geen bemesting bij het aanplanten van uw boom of struik. De wortels van de plant zijn op het moment van planten gevoelig, een te veel aan bemesting kan daardoor wortelverbranding en hierdoor uitdroging van de wortels veroorzaken. Een te veel aan bemesting kan dan ook een goede start in de weg zitten. Er zitten al voldoende voedingstoffen in de aarde en in reguliere potgrond. Om het risico van wortelverbranding en uitdroging te voorkomen, adviseren wij om de vrijgekomen aarde uitsluitend te mengen met reguliere potgrond en hiermee de aanplant te verzorgen.

    Ook adviseren we om boompalen langs een hoogstam te plaatsen. Boompalen bieden de boom de benodigde stabiliteit om scheef- of omwaaien te voorkomen. Ook bevordert het de hergroei doordat het te veel bewegen van de wortelpruik wordt tegengegaan, de kans dat de nieuwe wortels beschadigen is hierdoor vele malen kleiner. Na ongeveer twee groeiseizoenen is de boom stevig genoeg geworteld om zichzelf van de juiste stabiliteit te voorzien, de boompalen kunnen dan gerust verwijderd worden.

    Hoe groter de maat boom, hoe meer boompalen u nodig heeft om de boom de juiste stabiliteit te bieden. Om de boompaal te kunnen bevestigen heeft u per boompaal één boomband en één boombandnagel nodig.

    • Maat 12-14 centimeter stamomtrek en kleiner: 1 boompaal
    • Maat 14-16 centimeter stamomtrek en groter: 2 boompalen
    • Maat 25-30 centimeter stamomtrek en groter 3 boompalen

    In het geval dat er enkel één boompaal nodig is (maat 12-14 centimeter stamomtrek en kleiner), is het van belang dat deze aan de zijde wordt geplaats waar de wind vanaf komt (de meest voorkomende windrichting). Dit om te voorkomen dat de boom tegen de paal aan waait en daardoor wellicht beschadigingen oploopt en de boompaal dus ook geen functie heeft.

    Bij een struik is verankering niet per se nodig, een struik staat namelijk al stabieler omdat hij zijn zwaartepunt lager heeft liggen dan een hoogstamboom.

    Stap 4 – Verplaatsen
    Hoe gemakkelijk je de boom kunt verplaatsen vanaf je aanhanger of bezorgplek (oprit of voordeur), ligt aan de grootte van de boom. Bomen tot 25 cm stamomtrek (max. 20-25 HO) en struiken tot 300 cm hoog, zijn te verplaatsen met een kruiwagen of steekwagen en eventueel met behulp van een aantal personen. Deze maten zijn nog voldoende handzaam om op deze manier naar het plantgat te verplaatsen. Voor grotere maten raden wij aan om materieel (loader of gelijkend) te organiseren of een hovenier in te schakelen.
    Let op: de boom mag uitsluitend aan de stam getild worden als de sapstroom in rust is. De boom is in rust vanaf grofweg november tot april (voordat de knoppen opnieuw uitlopen). Als de sapstroom al op gang is (in het late voorjaar) dient de boom aan de kluit gehesen te worden of in het plantgat gerold te worden.

    Stap 5 – Aanplanten
    Nu je geheel ingelezen bent en alle benodigdheden hebt verzameld is het tijd om aan te slag te gaan met planten. Dit leggen we middels een stappenplan uit, lees deze voor het uitvoeren goed door.
    Volg het onderstaande stappenplan nauwkeurig:

    1. Graaf een ruim plantgat dat circa 1/3 groter is dan de kluit van de boom. Spit de bodem van het gat goed los om de verticale ontwatering te waarborgen en druk het vervolgens weer voorzichtig aan om nazakken te voorkomen.
    2. Vermeng de vrijgekomen grond met de plantaarde die geschikt is voor de betreffende boom.
    3. Zet de boom op de juiste hoogte in het plantgat. Controleer dus of de boom niet dieper staat dan dat hij voorheen in de grond heeft gestaan. De bovenkant van de kluit dient gelijk te lopen met het maaiveld.
    4. Verwijder de kluitverpakking niet! Indien de boom met draadkluit geleverd is (behalve jute ook een draadkorf van metaal) dan dient enkel het bovenste (aantrek)draad doorgeknipt en verwijderd te worden. Doe dit pas na het plaatsen van de boom. Binnen enkele seizoenen is de kluitverpakking volledig weggerot, dit voordat de boom er hinder van kan ondervinden.
    5. Zet de boom recht in het plantgat en vul het plantgat 1/3de met de vrijgekomen aarde zodat de boom goed stabiel staat.
    6. Plaats nu de verankering, afhankelijk van de grootte van de boom kunnen één of meer boompalen gebruikt worden. Let hierbij op de meest voorkomende windrichting en plaats de boompaal juist aan die zijde, hierdoor heeft de boompaal ook daadwerkelijk een functie. Zet de boompalen tot de helft in de grond en bevestig de boomband vervolgens in een 8-vorm.
    7. Water de kluit goed aan door het plantgat vol te laten lopen met water. Wanneer het water geheel is weggetrokken, bijvoorbeeld de dag na de aanzet, kun je het plantgat afwerken. Vul dan het plantgat verder aan met de vrijgekomen grond en verdicht de grond licht door het aan te drukken met de voeten.
    8. Om de boom zo gericht mogelijk water geven is het aanbrengen van een grondwal of gietrand van belang. Plaats de gietrand of grondwal iets ruimer dan waar de kluit geplant is. In de grondwal of gietrand kan vervolgens water gegoten worden, het water zal op deze manier gericht bij de wortels terecht komen.
    9. Na het planten dient de boom direct goed bewaterd te worden, zodat de grond en de kluit goed aansluiten.
  • Nazorginstructies

    Nazorginstructie

    Deze stap duurt ongeveer twee groeiseizoenen lang en is zeer belangrijk betreft de hergroei van de boom. Zonder een goede nazorg kan een goede hergroei namelijk niet gegarandeerd worden. Wanneer een boom of struik is verplant is het zaak om de plant de eerste twee groeiseizoenen goed te monitoren. Een bepalende factor voor het aangroeisucces van de plant is het vochtgehalte in de bodem op peil houden. Water geven dus…

    Planten halen water uit de bodem en verdampen het via het blad. Vers water wordt aangevoerd door grondwater, regen of door het geven van water. Bij het rooien verliest een plant een groot deel van de (haar)wortels en is het natuurlijke evenwicht tussen wortelpruik en boomkroon verstoort. De wortels reiken niet verder dan de kluit, hierdoor kan de plant vaak niet voldoende water uit de bodem opnemen. Vochtconcurrentie kan er ook voor zorgen dat de plant niet genoeg water heeft om te verdampen. Het is dus ten sterkste aan te raden om begroeiing (ook gras) onder de kroonspiegel weg te halen.

    Betreft het water geven is het belangrijk om de juiste hoeveelheid en op de juiste manier water te geven. Om de hoeveelheid water te bepalen is er helaas geen standaard beschikbaar, dit verschilt per plant, per standplaats, per weersomstandigheid, etc. De frequentie en hoeveelheid van water geven zal dus aangepast moeten worden aan de omstandigheden. Let op met sproei installaties, de hoeveelheden water zijn namelijk niet te herleiden en daarbij blijft het vocht tot de oppervlakte. Wanneer het water tot de oppervlakte blijft, krijgt niet de gehele kluit water, waardoor uitdroging kan ontstaan.

    Belangrijke nazorgfeiten

    • Te weinig water - Een feit is dat een plant verdroogd indien deze te weinig water krijgt. De eerste signalen zijn te herkennen aan het blad, dit gaat slaap hangen, het zal zich van de zon afdraaien, daarna kan het verkleuren of zelfs afvallen.
    • Te veel water - Teveel water geven kan eveneens fataal zijn, hierdoor wordt de aanwezige zuurstof uit de bodem rondom de kluit gedrukt. Geef bij voorkeur 1x per week een grote gift. De wortels worden hierdoor gestimuleerd om water te zoeken buiten de kluit, veel kleine watergiften maken de plant namelijk ‘lui’.
    • Periode van watergeven - Een verplantte boom heeft het meeste water nodig in de periode van het uitlopen van het blad tot en met de langste dag van het jaar. Groenblijvende planten hebben altijd blad en zullen dus jaarrond gemonitord moeten worden, en indien nodig bewaterd.

Planteigenschappen

Herkomst

Gewasgroep
Vaste planten
Ik wil deze boom bestellen
Laden...